Skip to content.

You are here: Home » Sector Bernard Lievegoed » Grondslagen en visie

Grondslagen en visie

Het onderwijs aan vrijescholen is gebaseerd op de ideeën van de Oostenrijkse onderwijsvernieuwer en grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner. De vrijeschool is geen afgesloten 'leerinstituut' dat losstaat van andere aspecten van het leven van kinderen.

In 1919 richtte Steiner in Stuttgart de eerste vrijeschool op. Daarna zijn er over de hele wereld vrijescholen opgezet. Nederland telt vandaag de dag zo'n tachtig vrijescholen, waarvan er vijftien ook voortgezet onderwijs verzorgen.

School en ouders werken nauw samen om kinderen op te voeden tot mensen die:

  • geïnteresseerd zijn in de wereld om hen heen en daar plezier aan beleven (levensvreugde)
  • idealen hebben en de wil om die vorm te geven (levensmoed)
  • zich betrokken voelen bij anderen (mededogen)
  • een eigen gefundeerd oordeel kunnen vormen (zelfstandig denken)
  • hun eigen mogelijkheden kunnen ontplooien (zelfverwerkelijking).

In de onderstaande spreuk komt onze missie goed tot uitdrukking. Als we in het onderwijs slechts de bestaande kennis en de bestaande sociale verhoudingen reproduceren, zal van ontwikkeling en vernieuwing geen sprake kunnen zijn. Alleen de mogelijkheden die jongeren zelf in zich dragen en die binnen opvoeding en onderwijs tot ontwikkeling kunnen komen, kunnen leiden tot maatschappelijke vernieuwing, vrijheid en verantwoordelijkheid.


De vraag is niet, wat de mens moet kunnen en weten
teneinde zich in de bestaande sociale orde te kunnen voegen;
maar wel, wat er in aanleg in de mens aanwezig is
en in hem ontwikkeld kan worden.
Pas dan kan de opgroeiende generatie, de maatschappij
steeds opnieuw met nieuwe krachten verrijken"
(Rudolf Steiner)

Pedagogisch concept, "Vrijeschoolonderwijs"

Onderwijs volgens het model van vrijeschoolonderwijs betekent onder andere dat gewerkt wordt met heterogene klassengroepen (in de theoretische stroom: "vmbo-t, havo, vwo" en in de PE-stroom: "vmbo-tl-g-k-b"); leeftijdsgebonden stof; aandacht voor brede ontwikkeling van hoofd-hand-hart; een sterke gemeenschapsvorming, een cultuur van aanspreken en gesprek; een sterke rol van de mentoren en individuele leerkrachten.


Pedagogie van het midden

Meer specifiek in de Maastrichtse situatie kiezen we voor een "pedagogie van het midden", een balans tussen de uitersten waartussen het hedendaagse onderwijs soms verscheurd lijkt te raken.



Traditioneel vernieuwend

Dat betekent dat naast meer traditioneel onderwijselementen zoals de klassengroep en verschillende vormen van frontaal onderwijs (colleges); ook ruime aandacht is voor onderwijsvernieuwing. Ongeveer 30% van het onderwijs wordt in thematische vorm aangeboden. In dit zogenaamde 'periodeonderwijs' worden verscheidene werkvormen toegepast; colleges, individuele verwerking en verslaglegging, klassengesprekken/debatten, groepswerk, presentaties en projecten. Jaarlijks worden nieuwe periodes en projecten ontwikkeld. Gedurende de laatste twee jaren zijn meerdere vakoverstijgende periodes ontwikkeld waarbij docenten vanuit verschillende disciplines samenwerken.

Vrijheid en gebondenheid
De thema's in het periodeonderwijs sluiten aan bij de leeftijds- en ontwikkelingsfasen van de kinderen. Er zijn stofinhouden en uitwerkingen beschikbaaar maar die worden jaarlijks door docenten bijgewerkt. Docenten genieten grote vrijheid om de lespraktijk aan te passen aan de specifieke klassengroep en bijzondere omstandigheden. Er zijn door de theoretische opbouw ook veel verschillende werkwijzen en vormen van toepassing mogelijk.

Daarnaast is er in de afgelopen jaren een strakker plan voor de vaklessen ontwikkeld. Zowel inhoud als werkwijze, lesmethodieken en toetsing zijn hier meer gestandaardiseerd.  In de vaklessen wordt altijd met schriftelijke methoden (boeken) gewerkt. Alle leerdoelen voldoen aan de wettelijke (examen-) vereisten.
In de Middenbouw is gewerkt aan een versterking van de "ruggengraat" van het onderwijs; de vakken Nederlands, Engels, Wiskunde en Studievaardigheden. In samenwerking met de Stichting Leerplan Ontwikkeling zijn de leerplannen herschreven en nader aangepast aan de vernieuwde kerndoelen en worden instrumenten voor differentiatie en toetsing ontwikkeld.


Gemeenschap klas individu

Het is van belang dat de leerling de gemeenschap waarin hij dagelijks functioneert kan beleven. Dat hij hierin enerzijds veiligheid en geborgenheid kan ervaren en anderzijds ook bij kan dragen aan de vitaliteit van deze gemeenschap. Als de school sterk groeit zal steeds opnieuw naar passende activiteiten gezocht moeten worden om dit vorm te geven. We denken aan jaaropeningen en afsluitingen, jaarfeesten, culturele activiteiten en themadagen voor de hele sector.

De 'klas' vormt de sociale basis in ons onderwijs. Leerlingen blijven in principe niet zitten en blijven dus minimaal 4 jaar als groep bijeen. Ongeveer 60% van de lesactiviteiten vindt plaats binnen de eigen vaste klassengroep. Deze sociale eenheid is een oefenplaats voor sociale competenties. De klassenmentor speelt een centrale rol in dit proces. Op klassenniveau worden presentaties van toneelstukken, het periodeonderwijs en de jaarlijkse kampen georganiseerd en besproken. De hechte klassenstructuur en de geborgenheid die hiervan uitgaat is het sterkst in de Middenbouw en wordt door de jaren heen langzamerhand losgelaten.

In de hogere klassen komt de individuele expressie en ontwikkeling steeds meer centraal te staan. In de lessen wordt gedifferentieerd naar niveau en de leerlingen kunnen excelleren op gebieden die hen bijzonder aanspreken bijvoorbeeld in toneel, bij stages en presentaties, in debatwedstrijden en bij de eindwerkstukken.



Hoofd, hart en hand

Naast cognitieve ontwikkeling is er veel aandacht voor praktische vakken en het ontwikkelen van vaardigheden en competenties. Tussen denken en doen (hoofd en hand) is plaats en aandacht voor het hart: de ontwikkeling van het gevoelsleven en de sociale competenties (zelfkennis en kennis van de anderen).



Binnen en buiten

De school heeft een bijzondere geschiedenis en een sterk eigen karakter ontwikkeld. Zij hecht aan de eigen vrijeschoolachtergrond en haar eigen cultuur, maar stelt zich daarnaast in toenemende mate open voor de buitenwereld. Hiertoe worden samenwerkingsverbanden opgezet en een aantal maatschappelijke netwerken opgebouwd. De maatschappij komt in de school en school in de maatschappij (stages). Naast het algemeen stageprogramma (klassen 9 t/m 11) wordt dit onder andere zichtbaar in de ontwikkeling van de nieuwe PE-stroom en de vele gastlessen, projecten en excursies en de samenwerking met partners in het vervolgonderwijs (ROC, HBO en Universiteit).











Last modified 24-09-2008 14:22
« Maart 2010 »
zo ma di wo do vr za
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      
Upcoming Events
Goede vrijdag
02-04-2010 00:00
Paasmaandag
05-04-2010 00:00
culturele avond
08-04-2010 00:00
PTA herkansingen
21-04-2010 00:00
meivakantie
30-04-2010 00:00