Inrichting van het onderwijs
De kleinschaligheid van de school draagt bij aan een optimaal ontwikkelings- klimaat. Het docententeam bestaat uit ongeveer dertig leraren. Een leraar kent elke leerling; een goede voorwaarde om je geen “nummer” te voelen.
De school is een werkplaats voor cognitieve, sociale en maatschappelijke ontwikkeling; een oefenterrein voor het samenleven. De voorwaarden hiertoe worden onder andere gevormd door de intensieve begeleiding van elke klas door de mentor.
De sector Bernard Lievegoed kent twee onderscheiden stromen. De theoretische stroom en de praktisch-ervaringsgerichte stroom (ook PE-stroom genoemd).
De theoretische stroom is veruit de grootste (drie brugklassen). De PE-stroom is veel kleiner en kent slechts één brugklas met maximaal 20 leerlingen, voor informatie over deze stroom zie verderop deze pagina.
In beide stromen wordt gewerkt met heterogene groepen, dat houdt in dat in de klas geen onderscheid wordt gemaakt tussen leerlingen van de verschillende 'niveaus'. Er wordt in elke klas wel sterk gedifferentieerd zodat de leerlingen naast de algemene instructie de lesstof kunnen uitwerken op verschillende niveaus en met verschillende dieptes.
Om ook bij de voortgaande groei van de school de intensieve aandacht voor de ontwikkeling van de leerlingen te kunnen garanderen, wordt gewerkt met ‘teams’. Elk team is verantwoordelijk voor het onderwijs en de dagelijkse gang van zaken in een ‘bouw’: een laag van twee opeenvolgende klassen. De teams bestaan uit de mentoren van de betreffende klassen aangevuld met leerkrachten die veel in deze klassen lesgeven, het meest nauw met deze leeftijdsgroep zijn verbonden. Elk team heeft een teamleider. We onderscheiden: de ‘Middenbouw’ (de klassen 7 en 8 inclusief PE-stroom); en de ‘Bovenbouw’ (de klassen 9 t/m 12).
De Middenbouw
Voor de klassen 7 en 8 (wij noemen deze dubbele brugklas “de Middenbouw”) is een middenbouwteam geformeerd. Leerkrachten in deze afdeling zijn expert in de omgang met onze jongere leerlingen. Het merendeel van hen heeft ervaring met het werken op de basisschool en meer specifiek binnen onze eigen vrije basisschool. De leerlingen krijgen veel lessen van de eigen mentor, zodat deze een sterke band met individuele leerlingen en de klas als geheel kan opbouwen. Dit geldt met name voor het periodeonderwijs.
Vaklessen worden voor een belangrijk deel door vakdocenten gegeven. De Middenbouw vormt zo in sociale zin een overgang van de basisschool, met één klassen- of groepsleerkracht en alle lessen in dezelfde groep, naar het voortgezet onderwijs, waar voor elk vak een andere docent langskomt en de leerlingengroep per vak verschilt.
De Bovenbouw
Naarmate de leerling ouder wordt, duidelijker zijn eigen doelen kan kiezen en zelfstandiger kan werken, zal de hechte klassengroep een goede basis vormen voor de leerling om van daaruit zijn eigen individuele leerweg te kiezen. De vrijeschool onderscheidt zich van ander onderwijs door de mogelijkheid om binnen de vaste klassengroep te individualiseren. Naast het klassieke klassikaal onderwijs wordt intensief gewerkt met groepsopdrachten, projecten en met individuele opdrachten. Tot en met klas 9 kennen we volledig heterogene groepen. Na deze klas kiezen de leerlingen voor aan afsluiting ivo-vmbo-tl, havo of vwo.
In de klassen 9 en 10 krijgen de leerlingen met steeds meer specifieke vakleraren te maken. De wens van geborgenheid en veel dingen samendoen maakt langzamerhand plaats voor de behoefte aan individualisering en differentiatie. Leerlingen kunnen en moeten laten zien waartoe ze in staat zijn en op welk niveau ze kunnen en willen werken. Er moeten in toenemende mate keuzes gemaakt worden en een aantal vakken wordt op verschillende niveaus aangeboden. Aan het einde van de 9e klas moet worden vastgesteld of de leerling in klas 10 op vmbo-t of op havo/vwo niveau verder gaat. Aan het einde van klas 10 wordt bepaald of doorstroom naar de 2e fase havo/vwo mogelijk is. De leerlingen die uitstromen naar het middelbaar beroepsonderwijs moeten een keuze maken voor een school en een richting.
6.3 De 2e fase
De 2e fase
De lessen in het 2e fasetraject, de klassen 11 en 12, zijn grotendeels gericht op de examenvoorbereiding havo en vwo. In grote lijnen wordt de lesstof van het ‘profieldeel’ behandeld in de vaklessen. De lesstof uit het ‘algemeen deel’ komt aan bod in de periodes, de stages en de kunst- en praktijklessen. Hierin is meer aandacht voor de brede persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling van de leerling en voor de filosofische en culturele achtergronden van onze samenleving.
Individueel excelleren is mogelijk bij de eind- en profielwerkstukken, (debat-) wedstrijden en uitwisselingen en projecten in samenwerking met universiteit en hogeschool.
In de Tweede Fase structuur worden in een eigen vrijeschoolvorm van een studiehuis alle vier de examenprofielen aangeboden. De profielen zijn: cultuur en maatschappij (cm); economie en maatschappij (em); natuur en gezondheid (ng) en natuur en techniek (nt). Er is sprake van een evenwicht tussen klassikaal en individueel gericht onderwijs.
Er wordt gewerkt aan een verkorting van het vwo-traject. Leerlingen van de huidige Middenbouw, de klassen 7 en 8, worden in de gelegenheid gesteld het vwo-examen in klas 12 binnen de sector Bernard Lievegoed af te ronden.
Daarnaast bestaat voor leerlingen van de sector Bernard Lievegoed de mogelijkheid om na het derde jaar (klas 9) over te gaan naar klas havo-4 of vwo-4 binnen de 'sector havo-vwo' van het Bonnefanten College aan de Tongerseweg, het betreft hier regulier voortgezet onderwijs, niet onderwijs naar het model van vrijeschoolonderwijs. Hierbij is het overgangsreglement (van 3 naar 4 havo en van 3 naar 4 vwo) van de afdeling havo-vwo geldig. Indien de lesstofopbouw van de beide sectoren niet helemaal synchroon is in bepaalde vakken, kunnen aanvullende toetsen afgenomen worden om de overgang vast te stellen.
De Praktisch-Ervaringsgerichte stroom (PE- stroom)
In augustus 2006 heeft de Bernard Lievegoed School haar onderwijsaanbod verbreed met de praktisch-ervaringsgerichte (PE-) stroom. De PE-stroom is vrijeschoolonderwijs met een andere aanpak en deels andere invulling. De PE-stroom is bedoeld voor leerlingen die beter leren door “doen” en “ervaren” en gebaat zijn bij onderwijs in kleine groepen van maximaal 20 leerlingen. Wij zijn begonnen met één kleine groep, hoofdzakelijk afkomstig vanuit de vrije basisscholen.
Dit is ook de voornaamste doelgroep van dit initiatief. In schooljaar 2008-2009 zijn er drie klassen.
In het portfolio legt de leerling, met ondersteuning van de mentoren, een archief aan van de prestaties die in de laatste twee schooljaren zijn verricht; het is een "bewijs van kennen en kunnen".
Het examen samen met de comptentieprofielen en portfolio's verzorgen een optimale overgang naar het middelbaar beroepsonderwijs binnen de ROC's.
Leerlingen kunnen instromen in de twee hoogste niveaus (niveau 3 of 4).
De PE-stroom is een goed alternatief voor leerlingen die voortgezet vrijeschoolonderwijs
wensen maar (nog) niet op het niveau vwo-havo of vmbo-t kunnen werken. Een leerweg voor leerlingen die gemotiveerd zijn om vanuit de praktijk te leren en te werken.
Leerlingen kunnen worden toegelaten als ze een vmbo-advies van de basisschool hebben gekregen. De PE-stroom is gericht op doorstroming naar het middelbaar beroepsonderwijs binnen de ROC’s.
Het gaat om leerlingen die niet zo makkelijk leren binnen de standaardvorm van leren met veel boeken in grote groepen of dit als onprettig ervaren. Het gaat ook om leerlingen die op een meer praktische manier willen leren. In het onderwijs zal veel nadruk liggen op het ontwikkelen van competenties als zelfstandigheid, discipline, doorzettingsvermogen, omgaan met elkaar en samenwerken. Het idee is dat de leerlingen in toenemende mate de verantwoordelijkheid voor het eigen leren en de eigen ontwikkeling zelf ter hand nemen.
De PE-stroom gaat nauw samenwerken met ambachtelijke en kleinschalige ondernemingen en instellingen binnen de regio. Op die manier hopen we kennis en opdrachten vanuit de omgeving binnen de school te halen en onze leerlingen in stages en met opdrachten ook buiten de schoolmuren optimale ontwikkelingsmogelijkheden te geven.
Het leerplan is afgeleid van andere praktische stromen van vrijescholen in Nijmegen, Zutphen en Rotterdam.
Het onderwijs in de PE-stroom is algemeen vormend. Het is geen vakopleiding. Iedere ochtend start met een ambachtelijke periode, na drie weken wordt gewisseld van ambacht of techniek. Daarna volgt, volgens hetzelfde principe, het periodeonderwijs. Het periodeonderwijs heeft per leerjaar en per vak vrijwel dezelfde thema’s als in de theoretische stroom (zie lessentabel). In de middaguren komen naast de vaklessen, Nederlands, Engels en wiskunde ook de kunstzinnige vakken aan bod. Didactiek en pedagogiek zijn aangepast aan de doelgroep. Ter ondersteuning van de leervaardigheden is er een begeleidingsuur in de week, het begeleidingsuur. Daarnaast is er een vast mentoruur in de week, ter ondersteuning van sociaal-emotionele processen binnen de klas.
Periodelessen: zie Periode-tabel PE-stroom 2008-2009
Vaklessen: zie Lessentabel schooljaar 2008-2009.
Stages
In de hoogste klassen vindt al sinds 15 jaar, jaarlijks een sociaal-maatschappelijke stage plaats. In klas 9 werkt elke leerling gedurende een volledige werkweek in een winkel, in klas 10 twee weken in de zorgsector, in klas 11 twee weken in een groot industrieel bedrijf of in de dienstverlening. In klas 12 is er een onderzoeksstage van een week als ondersteuning van het eindwerkstuk/profielwerkstuk.
Het kabinet Balkenende IV heeft de maatschappelijke stage verplicht gesteld voor alle middelbare scholieren van 15-17 jaar. Deze stage houdt in dat leerlingen als vrijwilliger werken in een instelling naar keuze. Bijvoorbeeld helpen in een naar keuze. Bijvoorbeeld helpen in een verpleeghuis of op de kinderboerderij. De vrijwilligerscentrales hebben als taak de scholen te voorzien van voldoende werkplekken.
In het leerplan van de vrijescholen zijn de stages (winkelstage, zorgstage, industriestage) standaard opgenomen.
De stages bieden ruimte aan zelfontplooiing, creativiteit, het ontwikkelen van sociale vaardigheden en het vormen van een zelfstandig oordeel. Inhoudelijk heeft de maatschappelijke stage de meeste overeenkomsten met de zorgstage, die de leerlingen in de 10e klas lopen. De leerlingen werken binnen de zorgstage in totaal 80 uur. Ook de doelstellingen komen met elkaar overeen; verwerven van sociale competenties en kennis maken met arbeidsmarkt en samenleving door actief deel te nemen.
Naast de zorgstage hebben we dan in de 9e klas de winkelstage, en in de 11e klas de industriestage. Ook hier ervaren leerlingen hoe ze in een nieuwe sociale omgeving functioneren en toetsen zij hun waarden en normen aan die van de maatschappij.
Het is duidelijk dat de vrijescholen al vele jaren voorop lopen als het gaat om karaktervorming en het verkennen van de maatschappij door actieve deelname. Onze leerlingen werken gedurende hun middelbare schooltijd in totaal 200 uren in een instelling of bedrijf. Elke stage kent een voorbereidingsweek en evaluatieweek, zodat de nodige verdieping en reflectie het stageprogramma degelijk ondersteunen. Kortom: ruim voldoende maatschappelijke stage !
Esther Drielsma, contactpersoon stages,
stage@blvs.nl
De hogere klassen
Naarmate de leerling ouder wordt, duidelijker zijn eigen doelen kan kiezen en zelfstandiger kan werken, zal de hechte klassengroep een goede basis vormen voor de leerling om van daaruit zijn eigen individuele leerweg te kiezen. De vrijeschool onderscheidt zich van ander onderwijs door de mogelijkheid om binnen de vaste klassengroep te individualiseren. Naast het klassieke klassikaal onderwijs wordt intensief gewerkt met groepsopdrachten, projecten en met individuele opdrachten.
Tot en met klas 9 kennen we volledig heterogene groepen. Na deze klas kiezen de leerlingen voor aan afsluiting ivo-vmbo-tl, havo of vwo. In de Tweede Fase structuur worden in een eigen vrijeschoolvorm van een studiehuis alle vier de examenprofielen aangeboden.
De profielen zijn: cultuur en maatschappij (cm); economie en maatschappij (em); natuur en gezondheid (ng) en natuur en techniek (nt). Er is sprake van een evenwicht tussen klassikaal onderwijs en individueel gericht onderwijs.
Periode-onderwijs
Periode-onderwijs is thematisch onderwijs dat wordt aangeboden in blokken van (doorgaans) drie weken. Drie weken lang wordt in de eerste twee lesuren van elke dag aan een bepaald thema gewerkt. Een “periode” omvat dus doorgaans 30 lesuren en ongeveer 20 huiswerkuren. Door de intensieve manier van werken kan de leerstof uitgediept worden en kunnen vele verschillende verwerkingsvormen toegepast worden.
De periodethema’s sluiten aan bij de ontwikkelingsfase, de leeftijd, van de leerlingen. Daarom bijvoorbeeld bij geschiedenis het thema Ontdekkingsreizen in klas 7 en het thema Revoluties in klas 9. Naast de bekende vakken en thema’s komt u hier ook bijvoorbeeld sterrenkunde; filosofie en “Parcival” tegen. En binnen het vakgebied geschiedenis en maatschappijleer in de hogere klassen thema’s als “inleiding in de sociale wetenschappen” en politicologie. Vanaf klas 9 is er jaarlijks een maatschappelijke stage.
In klas 12 wordt aan de vwo leerlingen in de tijd van de studieweken 4 weken periode gegeven in de vakken van het gemeenschappelijk deel: ANW, Nederlands, kunst en geschiedenis
Vaklessen
Naast de periode-uren worden in de klassen 7 t/m 10 de volgende vaklessen gegeven: Nederlands, Frans, Duits, Engels, wiskunde, maatschappijleer, economie, geschiedenis, aardrijkskunde, mentoruur, muziek, gymnastiek. Vanaf klas 10 worden ook alle andere vakken als vakles aangeboden als onderdeel van het gekozen profiel havo of vwo.
In klas 7 t/m 12 worden allerhande kunstvakken aangeboden: handenarbeid, textiele werkvormen, tekenen/schilderen, etsen, boekbinden, muziek, koor en toneel.
In de klassen 7 tot en met 12 wordt elk leerjaar toneel/drama gegeven. Doelstellingen hierbij zijn met name het ontwikkelen van persoonlijke en sociale competenties. De toneellessen zijn dan ook voor alle leerlingen bedoeld – er is geen sprake van audities.
Er zijn twee koren in de school. De klassen 7 en 8 vormen het middenbouwkoor. De leerlingen van de klassen 9 tot en met 12 vormen het bovenbouwkoor. Jaarlijks presenteert dit koor zich in een avondvullend programma op een ‘cuturele avond’. Er is dan ook ruimte voor persoonlijke muzikale bijdragen van leerlingen uit verschillende klassen.
Vanaf schooljaar 2005-2006 wordt CKV3 aangeboden in de tweede fase, klassen 11 en 12. De combinatie CKV2,3 kent een schoolexamen. De leerlingen kiezen uit twee specialisatierichtingen: beeldend of drama.
Leerlingen kunnen afhankelijk van hun vermogens afstuderen op drie niveaus: ivo-vmbo-tl, havo of vwo. De sector Bernard Lievegoed is in het bezit van een ivo-licentie. Deze regeling biedt de mogelijkheid om gespreid schoolexamens af te nemen, die qua niveau gelijkwaardig zijn met het vmbo-tl (theoretische leerweg) examen. Deze nieuwe ivo-vmbo-tl examens zijn voor de eerste maal in juni 2004 afgenomen in de beide 10e klassen. Na de 10e klas kan een leerling met het ivo-vmbo-tl diploma doorstromen naar een ROC (Regionaal Opleidingscentrum). Binnen de vrijeschool is het mogelijk door te stromen naar de 2e fase havo, mits er aan bepaalde niveaucriteria is voldaan.
Wanneer leerlingen in klas 10 niet doorstromen naar de 2e fase en niet afsluiten met een ivo-vmbo-tl examen dan werken zij aan het samenstellen van een competentieprofiel dat zij meenemen naar een ROC (Regionaal Opleidings Centrum). In een convenant tussen de vrijescholen en ROC’s is vastgelegd dat de doorstroom van deze leerlingen zal geschieden op basis van de ontwikkelde competenties. Aan de hand hiervan wordt het niveau van instroming bepaald. De leerling wordt begeleid bij het opbouwen van het dossier (portfolio), waaruit de competenties blijken.
Examen havo en vwo
Met ingang van het cursusjaar 2005-2006 worden de havo examens afgenomen in klas 12 van de sector Bernard Lievegoed. De vwo-leerlingen kunnen evenals voorheen na klas 12 instromen in klas 6 vwo van het Bonnefanten College of een andere school voor Voortgezet Onderwijs.
Met ingang van schooljaar 2011-2012 worden vwo-examens afgenomen binnen de sector Bernard Lievegoed in klas 12.
Eindwerkstuk/profielwerkstuk
Op de vrijeschool heet het profielwerkstuk: eindwerkstuk. Dit eindwerkstuk omvat een profieldeel. Aan het eindwerkstuk worden een aantal voor de vrijeschool specifieke eisen gesteld: de leerling laat in zijn werkstuk zijn intellectuele, emotionele en creatieve ontwikkeling kan zien. Belangrijk is daarbij dat de leerling zijn eigen eisen leert stellen. Hij moet zelfstandig studeren, onderzoek doen, praktisch en kunstzinnig te werk gaan en zich intensief verbinden met een onderwerp. De keuze van het onderwerp is vrij (het profieldeel is gerelateerd aan een profielvak), evenals de keuze van de werk-en presentatievormen.
Het eindwerkstuk bestaat uit een geschreven deel en een presentatie voor publiek. Dit gebeurt onder begeleiding van een docent. De begeleider (en een vakdocent voor het profieldeel) schrijft de beoordeling van het proces en het eindresultaat in het eindgetuigschrift vrijeschool.
De beoordeling vindt plaats aan de hand van een lijst van beoordelingscriteria. De presentaties vinden plaats op enkele avonden in de maand november. Zij zijn toegankelijk voor leerlingen, ouders en belangstellenden.
Last modified 24-09-2008 15:04